In Opinie, Volkskrant 11 sept., stelt  Sander van Walsum dat hij zich onbehaaglijk voelde na het lezen en zien van enkele enthousiaste reacties op de tentoonstelling The image As Burden van Marlene Dumas. Hij houdt niet van haar werk, 'middelmatig' geschilderd, schrikwekkend overschat, werk van een getormenteerde en gekwelde geest, dat door een breed publiek wordt geaccepteerd en bewierookt. Ik ben het totaal met hem oneens. 

Ik zou hem willen wijzen op Dada.Dat was een nihilistische groep, die in de jaren na de Eerste Wereldoorlog het failliet van de samenleving aan de kaak stelde en alle hoop op vreugde en geluk de grond leek in te boren. Deze zienswijze was verkeerd. Het was eerder een ‘poging om het burgerdom te verheffen’. Duchamp speelde deze rol subliem. Duchamp was een strateeg, die het bestaande establishment te slim af was. Als zelfbenoemd directeur van een kunstenaarsgezelschap en organisator van een tentoonstelling wist hij een gesigneerd urinoir met een alias, Mutt, tot een kunstwerk te verheffen. Hij noemde dit een readymade. De onderliggende machinaties en intriges zijn een roman waard. Hij wilde een gevoel van vervreemding teweeg brengen door woord en beeld met elkaar in tegenspraak te brengen en ook door het beeld in een onlogische omgeving te plaatsen.

Duchamp wordt wel de vader van de ironische houding genoemd in de beeldende kunst. Zijn bekendste satire is LHOOQ (letter voor letter uitgesproken op zijn Frans: Elle a chaud au cul,1919) ofwel de Besnorde Mona Lisa. Het Dadaisme heeft veel bijgedragen aan de begripsvorming van wat kunst is. Door het Dadaïsme kan kunst niet meer bestaan zonder mensen, die een product tot kunst bestempelen. Mensen nemen als het ware een besluit iets tot kunst te bestempelen. Met Dada kon alles, mocht alles. Deze volstrekte vrijheid heeft een bevrijdende werking gehad op de vele ..ismen van de Moderne Kunst

Duchamp stelde de vraag naar ‘waarom iets een kunstwerk is, terwijl iets wat er exact op lijkt dat niet is’. Hij was op vele fronten een voortrekker. Hij was een intellectueel, zoals ook Warhol en Beuys dat waren. Warhol wist een afbeelding belangrijker te maken dan het origineel zelf. Dat deed hij zonder de beelden uit de massacultuur mooier te maken dan ze zijn. Beuys  was zijn tegenpool. Hij zocht naar eenheid in de natuur en in de geest, naar het universele, kosmische. Hij inspireerde schilders als Kiefer, Immendorf en Richter.  Ook dichter bij huis zijn er zulke voortrekkers vb.Broodhaers, die evenals Warhol ten diepste begreep hoe de media in de moderne tijd met kunst omgaan. Hij schaamde zich er niet voor, net als Duchamp, zijn eigen museum en tentoonstellingen in te richten. Momenteel zien we deze bevraging van wat kunst is en wat hiervan de rol is in de samenleving onder andere in het werk van Hirst en Ai WeiWei . Ik zou het werk van Marleen Dumas daar ook bij plaatsen. 

Ook Dumas stelt haar beelden in dienst van het het denken in plaats van het oog te plezieren. Zij  stelt waarden en normen en beelden van de huidige tijd aan de orde. Haar werk gaat vaak over de spanning tussen kijken en bekeken worden . Zelf zei ze: ‘Ik handel in tweedehands beelden en eerstehands ervaringen’. Beter kan ik het niet zeggen en van Walsum kennelijk ook niet. Haar beelden gaan over de codes,  die onze manier van kijken bepalen. Ze ondergraaft deze door tegenstrijdigheden bloot te leggen. De kijker, maar ook de recensent, ziet in de spiegel zijn eigen waarheid.

Dumas presenteert beelden met de nodige relativering, stelt zich kwetsbaar op maar forceert de kijker om de betekenis  van de beelden te heroverwegen, te zoeken naar betekenissen, die niet voor de hand liggen. Zie als voorbeeld Schaammeisje, 1990.

 

Reageer op dit bericht